ECLI:NL:HR:2022:1788
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt loonbelastingheffing pensioenrechten directeur Curaçao
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd te Curaçao, had aan haar directeur pensioenrechten toegekend die niet voldeden aan de voorwaarden van de Beschikking Pensioen, met als gevolg dat de Inspecteur de waarde van deze aanspraak tot het loon rekende en naheffingsaanslagen oplegde over 2011.
Het geschil betrof de vraag of de pensioenrechten in 2010 of 2011 waren toegekend, aangezien dit bepalend was voor het jaar waarover de loonbelasting verschuldigd was. Het Hof oordeelde dat uit het advies van november 2011 bleek dat de pensioenrechten pas in 2011 waren toegekend, en bevestigde de naheffingsaanslagen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen van belanghebbende. Het eerste middel faalde omdat de Landsverordening op de loonbelasting Curaçao geen generieke uitzondering kent en aanspraken die niet aan de Beschikking voldoen tot het loon behoren. Het tweede middel faalde omdat het Hof terecht het moment van toekenning in 2011 stelde en belanghebbende voldoende gelegenheid had haar stellingen te bewijzen.
De Hoge Raad zag geen reden voor proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen over 2011 bevestigd.