Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
13 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een oud-minister van Volksgezondheid van Curaçao die werd veroordeeld voor medeplegen van oplichting met betrekking tot een niet-geleverde partij mondkapjes. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba sprak het vonnis uit op 10 september 2020.
In cassatie stelde de verdachte meerdere klachten in, waaronder dat het hof ten onrechte de grondslag van de tenlastelegging had verlaten door mee te wegen dat zij misbruik had gemaakt van haar ambt, terwijl dit niet was tenlastegelegd. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het vonnis leiden en dat motivering niet vereist is omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak van de Hoge Raad meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep volgde. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 21 maanden naar 20 maanden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis uitsluitend wat betreft de strafmaat en wees het beroep voor het overige af. De uitspraak werd gedaan op 13 december 2022 door de vice-president J. de Hullu, voorzitter, en raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot twintig maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.