Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1838

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
8 december 2022
Zaaknummer
21/00054
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 SvArt. 36b lid 1 sub 4 SrArt. 552f SvArt. 33c lid 2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen beschikking onttrekking aan verkeer auto en afwijzing geldelijke tegemoetkoming

De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 30 december 2020, waarin een vordering tot onttrekking aan het verkeer van een omgekatte personenauto met Belgisch kenteken werd behandeld. De auto stond onder beslag in verband met verdenking van valsheid in zegels en merken en autodiefstal, waarna de zaak werd geseponeerd.

De belanghebbende stelde onder meer dat het aanvullend proces-verbaal van de raadkamerzitting niet rechtsgeldig was omdat het niet was ondertekend door de voorzitter van de enkelvoudige raadkamer, hetgeen volgens hem de formele rechtskracht van het proces-verbaal aantastte. Ook werd betwist dat de rechtbank in haar beschikking niet duidelijk had vermeld op welke grondslag de onttrekking aan het verkeer was gebaseerd.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. Tevens werd het verzoek om geldelijke tegemoetkoming, gebaseerd op artikel 33c lid 2 Sr jo. artikel 36b lid 2 Sr, afgewezen. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en handhaaft de beschikking tot onttrekking aan het verkeer en afwijzing van het verzoek om geldelijke tegemoetkoming.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00054 B
Datum20 december 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 30 december 2020, nummer RK 20/1957, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak
van
[belanghebbende],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de belanghebbende.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft F. Visser, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de belanghebbende heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2022.