ECLI:NL:HR:2022:1843
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake omzetbelasting over eerste kwartaal 2018
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland afwees. Het geschil betrof een bedrag aan omzetbelasting dat belanghebbende op aangifte had voldaan over het tijdvak van 1 januari 2018 tot en met 31 maart 2018.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld, maar deze klachten konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat de klachten geen vragen betroffen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft hij het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is uitgesproken op 9 december 2022 door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee het arrest van het hof.