ECLI:NL:HR:2022:1844
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak tegen verzetuitspraak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak gegrond werd verklaard. De Hoge Raad heeft beoordeeld of dit beroep ontvankelijk is.
De Hoge Raad oordeelt dat tegen de uitspraak van de rechtbank waarin het verzet gegrond is verklaard geen beroep in cassatie openstaat op grond van artikel 28, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Daarom moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de verzetuitspraak geen cassatieberoep openstaat.