Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Purmerend,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beslissing
9 december 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen OCS en Small Bite over een samenwerkingsovereenkomst voor de exploitatie van een afslankbeugel. Small Bite ontwikkelde het product en verleende een exclusieve licentie aan OCS. Problemen met de technische uitvoering en de samenwerking ontstonden, mede door beledigende en lasterlijke uitingen van de bestuurder van Small Bite, [eiser].
De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigde het oordeel over contractuele tekortkoming van [eiser] en Small Bite, en stelde vast dat Small Bite toerekenbaar tekortgeschoten was. Het hof oordeelde dat [eiser] als bestuurder persoonlijk aansprakelijk kon worden gehouden op grond van onrechtmatige daad vanwege zijn grove en oncoöperatieve gedrag dat de samenwerking frustreren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van [eiser], oordeelde dat het hof niet buiten de rechtsstrijd trad door bestuurdersaansprakelijkheid toe te passen, en bevestigde dat de hoge norm voor bestuurdersaansprakelijkheid was toegepast. De persoonlijke aansprakelijkheid van [eiser] werd daarmee bekrachtigd. Tevens werd hij veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de persoonlijke hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder wegens ernstig verwijtbaar handelen dat de samenwerking frustreerde.