Uitspraak
thans verblijvende te [plaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
. [2]
.
4.Beslissing
9 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 9 december 2022 uitspraak gedaan over de vraag of het gedwongen toepassen van anticonceptiemiddelen kan worden beschouwd als een vorm van verplichte zorg onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). In deze zaak was betrokkene het onderwerp van een zorgmachtiging die onder meer het accepteren van een langdurig anticonceptiemiddel voorschreef. De rechtbank Noord-Nederland had deze machtiging verleend, maar de Hoge Raad vernietigt deze beslissing.
De Hoge Raad overweegt dat het recht op lichamelijke integriteit en zelfbeschikking, zoals verankerd in art. 8 EVRM Pro, een fundamenteel recht is dat alleen kan worden beperkt indien daarvoor een duidelijke wettelijke grondslag bestaat. De Wvggz bevat geen expliciete bepaling die het gedwongen toepassen van anticonceptiemiddelen regelt. De Hoge Raad stelt dat dit alleen mogelijk is indien sprake is van een medisch onverantwoorde zwangerschap die een aanzienlijk risico op levensgevaar of ernstige schade voor betrokkene inhoudt. In dergelijke gevallen kan anticonceptie onder art. 3:2 lid 2 onder Pro a Wvggz vallen als medische behandeling.
In de onderhavige zaak heeft de rechtbank niet vastgesteld dat een dergelijke medische noodzaak bestaat. Ook is het toepassen van anticonceptie niet te kwalificeren als een beperking van de vrijheid het eigen leven in te richten onder art. 3:2 lid 2 onder Pro h Wvggz. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Hiermee wordt bevestigd dat gedwongen anticonceptie zonder expliciete wettelijke grondslag niet is toegestaan, met respect voor de fundamentele rechten van betrokkene.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking voor gedwongen anticonceptie wegens gebrek aan wettelijke grondslag en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.