Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 december 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte, veroordeeld voor rijden onder invloed en rijden zonder rijbewijs, stelde de Hoge Raad vast dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep verstek had verleend zonder dat een afschrift van de dagvaarding was verzonden naar het in de hoger beroepsakte opgegeven adres van de verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat de vermelding van het adres in de akte van hoger beroep moet worden gezien als het adres waar mededelingen over de strafzaak aan kunnen worden toegezonden, conform artikel 36g lid 1 sub c Sv. Uit de stukken bleek echter niet dat de dagvaarding aan dit adres was verzonden, noch dat een uitzondering op deze verzendplicht van toepassing was.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het hof niet had onderzocht of het onderzoek op de terechtzitting geschorst had moeten worden om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn, zoals vereist is volgens vaste jurisprudentie.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij de juiste procedurele waarborgen in acht moeten worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens het niet verzenden van de dagvaarding aan het opgegeven adres.