Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1865

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
15 december 2022
Zaaknummer
20/02028
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor diefstal bierkratjes zonder expliciete motivering over wederrechtelijk oogmerk

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal van vier bierkratjes met lege bierflesjes uit een studentenflat. Het centrale geschilpunt was of het hof verplicht was expliciet te reageren op het verweer dat er geen sprake was van het vereiste oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet gehouden was om op dit specifieke verweer in te gaan, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad vernietigt het arrest niet en verwerpt het cassatieberoep.

Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, maar acht dit niet aanleiding tot een ander rechtsgevolg gezien de aard en zwaarte van de opgelegde straf, namelijk een taakstraf van 40 uur subsidiair 20 dagen hechtenis.

De Hoge Raad bevestigt hiermee de strafoplegging en sluit het cassatieproces af met een verwerping van het beroep.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt taakstraf van 40 uur subsidiair 20 dagen hechtenis wegens diefstal.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02028
Datum20 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 juni 2020, nummer 22-003315-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te 's–Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf; de Hoge Raad kan de hoogte daarvan verminderen naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2022.