ECLI:NL:HR:2022:1913

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
20 december 2022
Zaaknummer
21/00021
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot horen getuige in hoger beroep openlijke geweldpleging

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 december 2020 in een strafzaak over openlijke geweldpleging. De verdachte had in hoger beroep verzocht een getuige te horen, maar het hof wees dit verzoek af op grond dat er geen verdedigingsbelang bestond.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten tegen het hof niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof nader toe te lichten, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. Hiermee is het verzoek tot het horen van de getuige definitief afgewezen, en is het oordeel van het hof dat het verzoek niet aan de vereisten voldoet bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00021
Datum20 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 december 2020, nummer 21-003700-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum ] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2022.