Uitspraak
hierna: de stichting,
hierna: de pleegouders,
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
23 december 2022.
Hoge Raad
In deze zaak staat het verzoek van ouders centraal tegen het besluit van het gerechtshof Den Haag inzake de beëindiging van hun ouderlijk gezag in een jeugdzaak. De ouders stelden beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof van 23 februari 2022, na eerdere beschikking van de rechtbank Den Haag van 9 juli 2021.
De Raad voor de Kinderbescherming trad op als verweerder in cassatie, terwijl de stichting Jeugdbescherming en pleegouders belanghebbenden zijn. De ouders werden bijgestaan door advocaat A.H. Vermeulen. De Raad, stichting en pleegouders hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de ouders beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofbesluit. Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie hoeft de Hoge Raad zijn oordeel niet nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft daarom het cassatieberoep verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 23 december 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de ouders wordt verworpen en het hofbesluit tot beëindiging van het ouderlijk gezag blijft in stand.