Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
23 december 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de eigenaar van een appartementencomplex dat een overbouw had gerealiseerd in een brandgang, gehouden was tot afbraak van de overbouw en of een bouwstop mocht worden opgelegd. De rechtbank Noord-Nederland had eerder een vonnis gewezen waarin de eigenaar werd veroordeeld tot afbraak met een dwangsom. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde dit oordeel en wees een vordering tot schorsing van de afbraak af.
De eigenaar van het appartementencomplex stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de klachten van de eigenaar beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de eigenaar in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd van kracht, waarbij de eigenaar gehouden blijft aan de afbraakverplichting en de bouwstop. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 5:54 BW Pro en artikel 81 lid 1 RO Pro in het kader van bouwrechtelijke geschillen over overbouw en rechtsopvolging.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eigenaar blijft veroordeeld tot afbraak met dwangsom.