Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
23 december 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam dat een geschil betrof over een vrijwillige vertrekregeling bij Martinair. Eiser stelde dat de regeling een verboden onderscheid op grond van leeftijd maakte omdat de vergoeding alleen werd toegekend onder de voorwaarde dat de individuele beëindigingsregeling niet als Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) werd aangemerkt.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het cassatieberoep is verworpen en eiser is veroordeeld in de kosten van het geding, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van Martinair. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de rechtmatigheid van de vrijwillige vertrekregeling en het ontbreken van verboden leeftijdsdiscriminatie in deze context.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.