ECLI:NL:HR:2022:197
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting 2014
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2014, inclusief een boetebeschikking en belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de klachten geen vragen betroffen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.