Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
18 januari 2022.
Hoge Raad
De verdachte was in hoger beroep gedagvaard voor een terechtzitting op 15 juli 2020 om 11.40 uur. Bij brief van 25 mei 2020, verzonden per gewone post aan het adres in de Basisregistratie Personen, werd de verdachte geïnformeerd dat het tijdstip was vervroegd naar 11.30 uur. De verdachte verscheen niet op de terechtzitting, waarna verstek tegen hem werd verleend en hij niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de wet niet voorschrijft op welke wijze een wijziging van het tijdstip van de terechtzitting moet worden bekendgemaakt, maar dat voorkomen moet worden dat de verdachte door de wijziging in zijn verdedigingsrecht wordt benadeeld. Dit wordt in ieder geval gewaarborgd door betekening van de wijziging of een nieuwe dagvaarding. Hoewel in deze zaak de kennisgeving niet op die wijze heeft plaatsgevonden, is het oordeel van het hof dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad neemt daarbij mee dat de vervroeging slechts 10 minuten bedroeg, dat de brief tijdig was verzonden, dat de griffier na aanvang van de terechtzitting contact opnam met de raadsman voordat het onderzoek werd gesloten en dat niet is gesteld dat de verdachte op het oorspronkelijke tijdstip aanwezig was. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt verstekvonnis wegens niet verschijnen na tijdstipwijziging per gewone post.