ECLI:NL:HR:2022:291

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
22 februari 2022
Zaaknummer
20/02862
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 lid 3 SvArt. 423 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste bevestiging vonnis bij pleidooi vrijspraak bedreiging

In deze strafzaak stond bedreiging op een markt in Den Haag in 2017 centraal. De politierechter had de verdachte bewezenverklaard dat hij een bedreiging had geuit door een snijdende beweging langs de keel te maken. In hoger beroep werd namens de verdachte vrijspraak bepleit.

Het hof bevestigde echter het vonnis van de politierechter met uitsluitend een opgave van bewijsmiddelen, conform artikel 359 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering, zonder de vereiste motivering die nodig is wanneer vrijspraak is bepleit. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak.

De Hoge Raad oordeelde dat artikel 359 lid 3 Sv Pro niet van toepassing is indien vrijspraak is bepleit, en dat het hof het vonnis slechts had mogen bevestigen met een nadere motivering zoals voorgeschreven in artikel 423 lid 1 Sv Pro. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling en beslissing.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste motivering bij bevestiging van het vonnis.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02862
Datum22 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 september 2020, nummer 22-003919-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak met parketnummer 09-106301-19 tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel voert aan dat het hof wat betreft de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 09/106301-19 tenlastegelegde het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag niet zonder meer had mogen bevestigen, omdat daarin ten onrechte is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), hoewel in hoger beroep vrijspraak is bepleit.
2.2.1
De politierechter heeft ten laste van de verdachte in de zaak met parketnummer 09/106301-19 bewezenverklaard dat hij:
“op één tijdstip op 25 januari 2017, te 's-Gravenhage, [betrokkene 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel te maken.”
2.2.2
Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar het woord tot verdediging gevoerd overeenkomstig zijn overgelegde en aan het dossier toegevoegde pleitnota. Deze pleitnota houdt onder meer in:
“Conclusie
(...)
Vrijspraak voor bedreiging.”
2.2.3
Het hof heeft het vonnis onder meer wat betreft de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 09/106301-19 tenlastegelegde bevestigd.
2.3
Artikel 359 lid 3 Sv Pro luidt:
“De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Voor zover de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend, kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan, tenzij hij nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit.”
2.4
De politierechter heeft in het vonnis volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in de tweede volzin van het derde lid van artikel 359 Sv Pro. De raadsman van de verdachte heeft bij de behandeling van de zaak in hoger beroep vrijspraak bepleit ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 09/106301-19 tenlastegelegde. Uit de bewoordingen van artikel 359 lid 3 Sv Pro volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden als door of namens de verdachte op de terechtzitting vrijspraak is bepleit. Daarom had het hof het vonnis alleen mogen bevestigen met de in artikel 423 lid 1 Sv Pro bedoelde aanvulling van gronden, bestaande uit de in de eerste volzin van het derde lid van artikel 359 Sv Pro bedoelde weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen voor het in de zaak met parketnummer 09/106301-19 bewezenverklaarde. (Vgl. HR 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2026.)
2.5
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak met parketnummer 09/106301-19 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 februari 2022.