Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
22 februari 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond bedreiging op een markt in Den Haag in 2017 centraal. De politierechter had de verdachte bewezenverklaard dat hij een bedreiging had geuit door een snijdende beweging langs de keel te maken. In hoger beroep werd namens de verdachte vrijspraak bepleit.
Het hof bevestigde echter het vonnis van de politierechter met uitsluitend een opgave van bewijsmiddelen, conform artikel 359 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering, zonder de vereiste motivering die nodig is wanneer vrijspraak is bepleit. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 359 lid 3 Sv Pro niet van toepassing is indien vrijspraak is bepleit, en dat het hof het vonnis slechts had mogen bevestigen met een nadere motivering zoals voorgeschreven in artikel 423 lid 1 Sv Pro. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste motivering bij bevestiging van het vonnis.