Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
22 februari 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2020, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen. De advocaat van de verdachte heeft namens hem een cassatiemiddel ingediend.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte over de bewijsvoering beoordeeld, waaronder de vraag of het hof voldoende heeft getoetst aan de hand van facturen en kassabonnen.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig is om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen witwassen blijft in stand.