ECLI:NL:HR:2022:320
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting 2012
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2012 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 25 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.