ECLI:NL:HR:2022:324

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 februari 2022
Publicatiedatum
24 februari 2022
Zaaknummer
21/04856
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:36a AwbBesluit van 6 maart 2019, Staatsblad 2020, 99
Verwijzingen
9 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitale indiening

In deze zaak heeft een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 8 november 2021. Volgens het Besluit van 6 maart 2019 is een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener verplicht het beroepschrift digitaal in te dienen via het webportaal van de Hoge Raad.

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief verzocht het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen binnen zes weken. Deze brief is afgeleverd, maar er is geen gehoor gegeven aan dit verzoek. Hierdoor is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 25 februari 2022. Dit arrest bevestigt het belang van digitale indiening in cassatieprocedures door beroepsmatig optredende rechtsbijstandverleners en de gevolgen van het niet naleven van deze verplichting.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-digitale indiening door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/04856
Datum25 februari 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende),
Ingediend door C.M. Aben,
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 8 november 2021, nr. HAA 21/2619 V [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1
In deze zaak is bij aangetekende brief beroep in cassatie ingesteld. Het cassatieberoep is gericht tegen een uitspraak van de Rechtbank van 8 november 2021. Uit het beroepschrift in cassatie blijkt dat het cassatieberoep is ingesteld door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener. De Hoge Raad heeft dat beroepschrift op 24 november 2021 ontvangen.
1.2
Artikel 1 van Pro het Besluit van 6 maart 2019, Staatsblad 2020, 99 [2] , brengt mee dat een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener verplicht is digitaal te procederen. Dit betekent dat in deze zaak het beroepschrift in cassatie digitaal, via het webportaal van de Hoge Raad, had moeten worden ingediend.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift daarom bij brief van 2 december 2021 (onder meer) verzocht het beroepschrift in cassatie binnen zes weken via het webportaal van de Hoge Raad in te dienen. Deze brief is aangetekend verzonden en is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. De indiener van het beroepschrift heeft geen gevolg gegeven aan dat verzoek.
Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 8:36a, lid 5, Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2022.

Voetnoten

2.Besluit van 6 maart 2019, houdende vaststelling van het tijdstip van gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Inwerkingtredingsbesluit digitaal procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures).