AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake bijdrage na opzegging lidmaatschap kaveleigenarenvereniging
In deze zaak stond centraal of een kaveleigenaar na opzegging van zijn lidmaatschap van een vereniging van kaveleigenaren nog gehouden is tot het betalen van een bijdrage. De eiser had tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft de klachten van de eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
Het geding in de feitelijke instanties omvatte meerdere vonnissen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft zich bij zijn oordeel gebaseerd op artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie, waardoor het niet nodig was om de motivering van het oordeel nader toe te lichten.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Dit arrest is gewezen door de vicepresident Polak als voorzitter en vijf raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wattendorff.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en eiser is veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/02101
Datum25 februari 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
[de vereniging], gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [de vereniging],
advocaat: M.W. Scheltema.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C02/318383 HA ZA 16-521 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 september 2016, 4 januari 2017 en 31 mei 2017;
de arresten in de zaak 200.238.831/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2018 en 14 april 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 14 april 2020 beroep in cassatie ingesteld.
[de vereniging] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiser] mede door S.E. Streng.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de vereniging] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 februari 2022.