Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 februari 2022.
Hoge Raad
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal, met name de bepaling van de peildatum voor de waarde van de voormalige echtelijke woning. De man heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden, dat eerder uitspraak had gedaan over de waardering van de woning.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere uitspraken van de rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Na beoordeling van de klachten over de beschikking van het hof, oordeelt de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de uitspraak van het hof. De beschikking werd gegeven door de raadsheren Tanja-van den Broek, Sieburgh en Makkink, en in het openbaar uitgesproken door Wattendorff op 25 februari 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bekrachtigd.