ECLI:NL:HR:2022:330

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 februari 2022
Publicatiedatum
25 februari 2022
Zaaknummer
21/00044
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en peildatum waarde voormalige echtelijke woning

In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal, met name de bepaling van de peildatum voor de waarde van de voormalige echtelijke woning. De man heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden, dat eerder uitspraak had gedaan over de waardering van de woning.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere uitspraken van de rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Na beoordeling van de klachten over de beschikking van het hof, oordeelt de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de uitspraak van het hof. De beschikking werd gegeven door de raadsheren Tanja-van den Broek, Sieburgh en Makkink, en in het openbaar uitgesproken door Wattendorff op 25 februari 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/00044
Datum25 februari 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/05/344874 / ES RK 18-610 en C/05/346833 / FA RK 18-3888 van de rechtbank Gelderland van 17 juni 2019;
de beschikking in de zaak 200.264.727 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 oktober 2020.
De man heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
25 februari 2022.