Uitspraak
gevestigd te Rotterdam,
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
zetelende te Den Haag,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
18 maart 2022.
Hoge Raad
Viruswaarheid c.s. stelden dat de Staat onrechtmatig handelde door de avondklok in te voeren via de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg). De voorzieningenrechter had hun vordering toegewezen, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de invoering van de avondklok onder de Wbbbg gerechtvaardigd was vanwege de buitengewone omstandigheden van de coronapandemie.
De Hoge Raad oordeelt dat de bedreiging van de volksgezondheid door het Covid-19-virus als een buitengewone omstandigheid in de zin van art. 1 lid 1 Wbbbg Pro moet worden beschouwd. De Staat mocht op basis van het advies van het Outbreak Management Team (OMT) en de wetgeving de avondklok instellen zonder voorafgaande instemming van het parlement, waarbij achteraf parlementaire controle plaatsvindt.
Verder verwierp de Hoge Raad het argument dat de Staat de bevoegdheid niet kon inzetten vanwege de mogelijkheid van een spoedwet. De maatregel was proportioneel en subsidiariteit was in acht genomen. Het beroep van Viruswaarheid c.s. werd verworpen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat bevoegd was de avondklok in te stellen op grond van de Wbbbg en wijst het cassatieberoep van Viruswaarheid c.s. af.