ECLI:NL:HR:2022:391
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.
Ondanks ontvangst van deze brief is het griffierecht niet betaald. Vervolgens is belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na dagtekening van een tweede aangetekende brief een verklaring te geven voor de niet-tijdige betaling. Deze termijn is verstreken zonder dat belanghebbende hier gebruik van heeft gemaakt.
Een brief die op 7 maart 2022 bij de Hoge Raad binnenkwam, is als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.