ECLI:NL:HR:2022:397

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2022
Publicatiedatum
18 maart 2022
Zaaknummer
21/00195
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 287 SrArt. 300 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in hoger beroep poging tot doodslag

In deze strafzaak betrof het beroep in cassatie een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 57 maanden voor poging tot doodslag en meermalige mishandeling.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep niet correct had vastgesteld. Het hof had de overschrijding geschat op ongeveer een half jaar, terwijl uit het dossier bleek dat de overschrijding ruim anderhalf jaar bedroeg.

Deze onjuiste vaststelling had invloed op de strafoplegging, aangezien het hof de straf had gematigd van 60 naar 57 maanden op basis van de vermeende termijnoverschrijding. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de strafduur betrof en verminderde de straf zelf tot 54 maanden.

Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarbij het arrest op 22 maart 2022 werd uitgesproken.

Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van 57 naar 54 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00195
Datum22 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 januari 2021, nummer 20-002267-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat te Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste tot en met het vierde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de mate van overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep niet juist heeft vastgesteld.
3.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 38 tot en met 41. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 57 maanden.
3.3
De Hoge Raad zal zelf de zaak afdoen.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 54 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 maart 2022.