ECLI:NL:HR:2022:436
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak onroerendezaakbelasting
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Amsterdam over het jaar 2018.
Het Gerechtshof Amsterdam had eerder uitspraak gedaan in deze zaak. Belanghebbende bracht vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de middelen van het cassatieberoep beoordeeld en de procureur-generaal gelegenheid gegeven advies uit te brengen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 25 maart 2022 door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.