ECLI:NL:HR:2022:448

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2022
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
21/02616
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:661 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid werknemer voor onderzoekskosten na doorsturen bedrijfsgevoelige informatie

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een werknemer centraal die bedrijfsgevoelige informatie had doorgestuurd naar zijn privé-e-mailadres. De werkgever stelde de werknemer aansprakelijk voor de onderzoekskosten die hierdoor ontstonden, op grond van opzet of bewuste roekeloosheid.

De procedure begon bij de kantonrechter te Rotterdam, waarna het gerechtshof Den Haag een beschikking gaf. De werknemer stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De werkgever nam niet deel aan het cassatieproces.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de werknemer niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven, omdat de zaak geen vragen bevatte die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de aansprakelijkheid van de werknemer voor de onderzoekskosten in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor onderzoekskosten blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/02616
Datum25 maart 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: aanvankelijk K. Teuben, thans J.W.H. van Wijk,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 8495384 VZ VERZ 20-8678 van de kantonrechter te Rotterdam van 6 augustus 2020;
de beschikking in de zaak 200.285.759/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 maart 2021.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
25 maart 2022.