ECLI:NL:HR:2022:461

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2022
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
20/03922
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 3:86 BWArt. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie inzake derdenbescherming bij beslag op boot

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door klagers tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake beslag op hun boot, gelegd onder verdenking van diefstal. De kern van het geschil betreft de toepassing van derdenbescherming ex artikel 3:86 BW Pro en de vraag of een derde als verkrijger te goeder trouw kan worden aangemerkt.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de klagers beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij heeft de Hoge Raad geen inhoudelijke motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 29 maart 2022. Het beroep is derhalve verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beslaglegging op de boot blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03922 B
Datum29 maart 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 9 juli 2020, nummer RK 19/6915 en 19/6916, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager 1] ,
geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1972,
en
[klager 2] ,
geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klagers.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze heeft S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 maart 2022.