ECLI:NL:HR:2022:486
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WOZ-beschikking gemeente Rotterdam
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam werd behandeld. Het geschil betrof de WOZ-beschikking over een onroerende zaak in Rotterdam voor het jaar 2018.
De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet ging om vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.