ECLI:NL:HR:2022:487
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over aanslag 2016
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2016, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag en een hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, richtte belanghebbende zich tot de Hoge Raad met een cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Vervolgens oordeelde de Hoge Raad dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.