ECLI:NL:HR:2022:487

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2022
Publicatiedatum
31 maart 2022
Zaaknummer
21/02481
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over aanslag 2016

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2016, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag en een hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, richtte belanghebbende zich tot de Hoge Raad met een cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Vervolgens oordeelde de Hoge Raad dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/02481
Datum1 april 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P] ,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 12 mei 2021, nr. BK-20/00764 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 19/7067) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2016 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022.