ECLI:NL:HR:2022:489
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juni 2021, waarin het hof het hoger beroep behandelde tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, boetebeschikkingen en beschikkingen inzake revisierente en belastingrente over de jaren 2012 en 2013.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betrof, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.