ECLI:NL:HR:2022:491
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden en vervolgens per gewone brief verzonden. Het griffierecht is niet betaald.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw aangetekend verzocht om opgave van redenen waarom het griffierecht niet is voldaan. Deze brief is afgehaald, maar belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en uitgesproken op 1 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.