Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
5 april 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een Syriëganger die in Turkije is veroordeeld en gedetineerd voor deelname aan een terroristische organisatie en voorbereiden van terroristische misdrijven. In Nederland werd hij opnieuw vervolgd voor soortgelijke feiten. De verdachte stelde in cassatie dat het ne bis in idem-beginsel hem beschermt tegen dubbele vervolging.
De Hoge Raad beoordeelde of het hof terecht had geoordeeld dat de Nederlandse vervolging ondanks de Turkse veroordeling mogelijk was. Het hof had dit voldoende begrijpelijk gemotiveerd en de Hoge Raad zag geen reden tot vernietiging. Daarnaast werd de klacht over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie verworpen, omdat de zaak binnen veertien maanden werd afgedaan.
De Hoge Raad hoefde niet in te gaan op de vraag of het hof had moeten onderzoeken of een eventueel verzoek tot wederzijdse uitlevering in Turkije tot een nadelige positie voor de verdachte zou leiden. Het beroep werd uiteindelijk verworpen en het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren op 5 april 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; vervolging in Nederland ondanks eerdere Turkse veroordeling is geoorloofd.