Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:502

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2022
Publicatiedatum
4 april 2022
Zaaknummer
20/03650
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 437 lid 2 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in ontnemingszaak wegens ontbreken cassatiemiddelen

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met oplichting centraal. De betrokkene stelde dat artikel 36e lid 1 Sr was geschonden en voerde aan dat de grondslag van de ontnemingsuitspraak zou vervallen als de middelen in de strafzaak doel treffen.

De Hoge Raad onderzocht of de klacht als cassatiemiddel kon worden aangemerkt. Volgens vaste rechtspraak kan alleen een stellige en duidelijke klacht over schending van een rechtsregel of verzuim van een vormvoorschrift als cassatiemiddel gelden. De schriftuur van de betrokkene voldeed hier niet aan en bleef daarom onbesproken.

Daarnaast was de betrokkene niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman met geldige cassatiemiddelen bij de Hoge Raad verschenen, waardoor het cassatieberoep niet ontvankelijk kon worden verklaard.

De Hoge Raad volgde het advies van de advocaat-generaal en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt het strikte toetsingskader voor cassatiemiddelen in ontnemingszaken en benadrukt het belang van tijdige en juiste procesvoering in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van geldige cassatiemiddelen en het niet tijdig indienen van een schriftuur.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03650 P
Datum5 april 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 november 2020, nummer 20-001206-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 april 2022.