Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
5 april 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 januari 2021, waarin een klaagschrift over beslag op een contant geldbedrag werd behandeld. De klager voerde aan dat de verklaring over de herkomst van het geldbedrag summier was onderbouwd en dat de rechtbank onvoldoende had stilgestaan bij de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep is derhalve verworpen. De beschikking is uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, samen met de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, op 5 april 2022 tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beslagbeschikking wegens verdenking witwassen wordt verworpen.