ECLI:NL:HR:2022:517

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2022
Publicatiedatum
5 april 2022
Zaaknummer
20/02222
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197a SrArt. 225 lid 1 SrArt. 140 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet ROArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis Hoge Raad over cassatie in zaak mensensmokkel en valsheid in geschrift

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan medeplegen van mensensmokkel, meermalen gepleegd, medeplegen van valsheid in geschrift, en deelname aan een criminele organisatie. Het gerechtshof Den Haag had de verdachte eerder veroordeeld. In cassatie werden meerdere klachten ingediend, waaronder over het niet betrekken van een deskundigenrapport en bewijsklachten.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten over de inhoudelijke uitspraak van het hof niet leiden tot vernietiging en hoeft deze niet nader te motiveren. Wel wordt geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden doordat stukken te laat door het hof zijn ingezonden. Dit leidt echter niet tot een ander rechtsgevolg.

Verder wijst de Hoge Raad schrifturen van de benadeelde partijen af omdat de originele exemplaren niet tijdig zijn ingediend conform het procesreglement. Uiteindelijk wordt het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het hof standhoudt.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand, ondanks overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02222
Datum5 april 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 juli 2020, nummer 22-000392-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. Gonzalez Bos, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partijen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft M.L. Hoogendoorn, advocaat te Leiden, schrifturen ingediend.
De raadsman van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. In het licht van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, zal de Hoge Raad volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4. Beoordeling van de schrifturen van de benadeelde partijen [betrokkene 1] en [betrokkene 2]
4.1
Artikel 4.3.3.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden luidt:
“Indien een procesdeelnemer digitaal procedeert, geschiedt de indiening van de schriftuur door plaatsing in het webportaal. Wordt niet digitaal geprocedeerd, dan geschiedt de indiening van de schriftuur hetzij door inlevering bij de centrale balie, hetzij door verzending per post of koeriersdienst, hetzij door verzending via de fax (mits gevolgd door inlevering of verzending van het originele exemplaar). Een schriftuur die langs elektronische weg maar niet in het webportaal (bijvoorbeeld: per e-mail) is ingediend, wordt niet in behandeling genomen.”
4.2
De raadsvrouw van de benadeelde partijen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft na verzending van de onderscheidenlijke schrifturen per fax niet de originele exemplaren van die schrifturen nagezonden. De raadsvrouw is door de Hoge Raad bij brief van 11 januari 2022 in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. De originele exemplaren van de schrifturen zijn echter pas bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen nadat de in de voormelde brief gestelde termijn was verlopen. De Hoge Raad zal daarom op deze schrifturen geen acht slaan.

5.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 april 2022.