Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende op een geheim adres,
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
8 april 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de vader cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag over het gezamenlijk gezag over het kind, waarbij het klem-criterium van artikel 1:253c lid 2 BW centraal stond. De moeder verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de vader beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De beschikking van het hof blijft daarmee in stand en het cassatieberoep wordt verworpen. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren du Perron, Schaafsma en Makkink, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wattendorff op 8 april 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.