ECLI:NL:HR:2022:52
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2020. De Hoge Raad heeft onderzocht of het beroep in cassatie tijdig was ingediend. Uit de processtukken blijkt dat het beroepschrift op 26 januari 2021 bij de griffie van de Hoge Raad is ontvangen, terwijl de termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), op 29 december 2020 was verstreken.
De Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 3 november 2021 in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de overschrijding van de beroepstermijn, maar belanghebbende heeft niet gereageerd. Gezien het ontbreken van een tijdige indiening en het uitblijven van een toelichting, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 21 januari 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.