Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 april 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 maart 2021, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de invoer van een grote hoeveelheid cocaïne vanuit Colombia via België naar Nederland, alsmede medeplegen van het vervoer van cocaïne. Het hof legde een gevangenisstraf van 65 maanden op.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof in strijd had gehandeld met het recht op een eerlijk proces en de onschuldpresumptie door bij de strafoplegging rekening te houden met de beoogde invoer van 1.800 kilo cocaïne, terwijl hij daarvoor was vrijgesproken. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om nadere motivering te geven. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand bleef.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; gevangenisstraf van 65 maanden bevestigd.