ECLI:NL:HR:2022:551
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet voldaan.
Na een herinneringsbrief waarin belanghebbende werd verzocht een toelichting te geven op het niet betalen van het griffierecht, heeft belanghebbende een brief ingediend die geen gegronde reden bevatte om het verzuim te rechtvaardigen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.