ECLI:NL:HR:2022:557

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 april 2022
Publicatiedatum
7 april 2022
Zaaknummer
21/03060
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en motiveringsklachten in familierecht

In deze zaak heeft de vader cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die de verlenging van een ondertoezichtstelling bevestigde. De zaak betreft een geschil tussen de vader, de gezinsvoogdij-instelling (GI) en de moeder over de voortzetting van de ondertoezichtstelling van het kind.

De Hoge Raad heeft de motiveringsklachten van de vader beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. Dit oordeel is gegeven zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De advocaat-generaal had geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. De GI en de moeder hebben geen verweerschrift ingediend. De beschikking is uitgesproken door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer van de Hoge Raad op 8 april 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling is verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/03060
Datum8 april 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: Y.E.J. Geradts,
tegen
1. JEUGDBESCHERMING GELDERLAND,
gevestigd te Arnhem, kantoorhoudende te Zutphen,
2. [de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: de GI en de moeder,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/05/376865 / ZJ RK 20-1033 van de rechtbank Gelderland van 16 november 2020;
de beschikking in de zaak 200.290.528 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juni 2021.
De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding en de aanvullende procesinleidingen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De GI en de moeder hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
8 april 2022.