In deze zaak verzocht de officier van justitie om een zorgmachtiging voor betrokkene vanwege een chronische alcoholverslaving en aanverwante medische problemen. De rechtbank Overijssel verleende de machtiging op grond van een psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd dat de alcoholverslaving van betrokkene het denken, voelen en handelen zodanig beïnvloedt dat sprake is van een psychische stoornis zoals bedoeld in de Wvggz. De wetgever heeft namelijk niet beoogd dat verslaving op zichzelf tot toepassing van de Wvggz leidt, tenzij er sprake is van een ernstige psychische stoornis die het gevaarlijk gedrag overwegend beheerst.
De medische verklaring en de lichamelijke klachten van betrokkene waren onvoldoende om dit te onderbouwen. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor nadere behandeling en beslissing.
De overige klachten van betrokkene werden niet inhoudelijk behandeld omdat het slagen van het middel tot vernietiging leidde. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de Wvggz bij verslavingsproblematiek en benadrukt de noodzaak van een gedegen motivering bij het aannemen van een psychische stoornis.