Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 april 2022.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 12 april 2022 het arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 september 2020 vernietigd en de zaak terugverwezen. De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 2 maart 2019 een voertuig bestuurde onder invloed van cannabis met een THC-gehalte hoger dan de wettelijke grenswaarde.
Het geschil betrof de vraag of de resultaten van het bloedonderzoek als bewijs konden worden gebruikt, ondanks dat het voorschrift van artikel 13 lid 1 onder Pro d van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer niet strikt was nageleefd. Dit voorschrift vereist dat het bloedmonster zo spoedig mogelijk na afname naar een geaccrediteerd laboratorium wordt verzonden.
Het hof had geoordeeld dat de niet-naleving van de termijn niet aan bewijsgebruik in de weg stond, omdat de werkwijze van politie en laboratorium zodanig was ingericht dat de kwaliteit van het bloed gewaarborgd bleef. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit een onjuiste rechtsopvatting is en dat het hof onvoldoende concrete vaststellingen had gedaan over de wijze van bewaren en transport van het bloedmonster. Daarom was de motivering ontoereikend.
De Hoge Raad bevestigde dat het voorschrift een strikte waarborg vormt en dat de verzending zo spoedig mogelijk moet plaatsvinden, waarbij de wijze van bewaren en transport relevante omstandigheden zijn. Het arrest werd vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling door het hof.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege onvoldoende motivering over de naleving van strikte waarborgen bij bloedonderzoek.