ECLI:NL:HR:2022:604
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof in omzetbelastingzaak en verwijst naar Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij behorende beschikking inzake heffingsrente over het jaar 2010. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag en hoger beroep bij het Hof Den Haag, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde de middelen van belanghebbende en sloot daarbij aan bij de motieven van een gelijktijdig gewezen arrest in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:HR:2022:525). Op grond daarvan verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond en vernietigde het arrest van het Hof Den Haag. De overige middelen werden niet behandeld.
De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een volledige inhoudelijke behandeling. Daarnaast werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding en opgedragen het griffierecht van belanghebbende te vergoeden. De kostenvergoeding voor rechtsbijstand werd vastgesteld op €379,50.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.