ECLI:NL:HR:2022:618

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2022
Publicatiedatum
21 april 2022
Zaaknummer
21/00959
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in familierechtelijke alimentatiezaak

In deze zaak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam betreffende een alimentatiegeschil. De procedure betrof gewijzigde inkomensgegevens en het partijdebat in hoger beroep. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld, maar geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofbesluit.

De Hoge Raad heeft besloten het beroep te verwerpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, waarop de advocaat van de vrouw schriftelijk heeft gereageerd.

De beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron (voorzitter), C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022. De zaak betreft civiel recht met een focus op personen- en familierecht en burgerlijk procesrecht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen zonder nadere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/00959
Datum22 april 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: J.W. de Jong.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaken C/13/642862 / FA RK 18-670 en C/13/655633 / FA RK 18-6560 van de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2019;
de beschikking in de zaken 200.267.456/01 en 200.267.465/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 december 2020.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
22 april 2022.