Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:624

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2022
Publicatiedatum
21 april 2022
Zaaknummer
20/01413
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake kosten juridische bijstand bij misbruik van procesrecht

In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld tot betaling van de kosten van juridische bijstand van verweerder. Het geschil betreft de vraag of eiser terecht is veroordeeld in de daadwerkelijk gemaakte kosten van juridische bijstand in procedures wegens misbruik van procesrecht.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest van 15 september 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2360) en het arrest van het hof van 21 januari 2020. Na beoordeling van de klachten over het hofarrest oordeelt de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad ziet geen noodzaak tot motivering, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wattendorff, ter Heide en Salomons en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01413
Datum22 april 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: A.C. van Schaick,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaten: B.F.L.M. Schim en F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
zijn arrest in de zaak 15/01633 van 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360;
het arrest in de zaak 200.235.397/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 januari 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
22 april 2022.