Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te De Bilt, gemeente Bilthoven,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 april 2022.
Hoge Raad
In deze zaak vordert erfpachtster vernietiging van artikel 15 van Pro de vestigingsakte en een marktconforme vergoeding voor opstallen bij beëindiging van erfpacht. De erfpacht werd in 1978 uitgegeven en in 2003 verlengd tot 2018. De stichting weigert verlenging na 2018.
De rechtbank wees de meeste vorderingen af, de Hoge Raad bekrachtigt dit oordeel. Het hof oordeelde dat artikel 5:99 BW Pro, dat vergoeding bij erfpacht regelt, niet van toepassing is op erfpachtcontracten van vóór 1992 en dus ook niet via artikel 5:105 BW Pro op erfpachtafhankelijke opstalrechten. De Hoge Raad bevestigt dit, ondanks het onmiddellijke karakter van art. 5:105 BW Pro, en wijst het beroep van erfpachtster af.
Daarnaast is geoordeeld dat de digitale zitting via Skype in juni 2020, vanwege COVID-19, rechtmatig en openbaar was, ook al was het niet fysiek. Dit is in overeenstemming met de Tijdelijke wet COVID-19 en grondwettelijke bepalingen over openbaarheid van zittingen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt erfpachtster in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vergoedingsregeling uit de vestigingsakte blijft van toepassing; de digitale zitting was rechtmatig.