ECLI:NL:HR:2022:632
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslag 2010
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Het geschil betreft de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010 en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 22 april 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.