ECLI:NL:HR:2022:671
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet
De erfgenaam van de overledene heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de jaren 2010 en 2011 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenaam is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag is bekrachtigd.