ECLI:NL:HR:2022:674

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 april 2022
Publicatiedatum
29 april 2022
Zaaknummer
21/04558
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROWet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak over WOZ-beschikking 2019

Belanghebbende uit België stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor het jaar 2019 werd behandeld. De beschikking betrof een onroerende zaak gelegen aan een adres in Nederland.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en de procureur-generaal om advies gevraagd. Op basis van deze beoordeling heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.

Daarom heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens is besloten dat er geen proceskostenveroordeling zal plaatsvinden.

Het arrest is op 29 april 2022 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/04558
Datum29 april 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z], België, (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 september 2021, nr. 19/01625 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 19/2953) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2019 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q].

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2022.