Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 juni 2022.
Hoge Raad
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld door de betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2020, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De ontneming betrof winst uit hennepteelt die voorafging aan de bewezen verklaarde datum in de strafzaak.
De betrokkene voerde onder meer aan dat de schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel was gebaseerd op een onwettig bewijsmiddel, namelijk een verklaring van een anonieme getuige. Tevens werd aangevoerd dat deze verklaring niet als bewijsmiddel was opgenomen in de aanvulling op de verkorte uitspraak.
De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om een gemotiveerd oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, en uitgesproken op 14 juni 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.